De betekenis van de lactaatmeting bij inspanningsonderzoek

Vroeger leerden wij dat melkzuur (lactaat) de oorzaak was van verzuring bij inspanning.
Tegenwoordig weten we dat het precies andersom is: lactaat is onderdeel van een buffersysteem dat beschermt tegen verzuring.
In de cel is energie opgeslagen in een binding tussen het molecuul adenosinedifosfaat (ADP) en een atoom fosfor. Samen vormen ze het molecuul adenosinetrifosfaat (ATP).
Bij het afsplitsen van het fosforatoom komt energie vrij, maar ook ADP, fosfor en een waterstof ion (H+, een proton). Normaal worden deze producten gerecycled in de energiefabriek, het mitochondrium.
Als de productie van H+ de recycle capaciteit overschrijdt ontstaat er gevaar voor schade door verzuring van de cel.
De cel beschikt over meerdere systemen om H+ te vangen en uit de cel te verwijderen. Een belangrijk systeem is lactaat.
Bij de productie van lactaat wordt een H+ opgenomen in het molecuul en het neemt een H+ mee als het de cel verlaat.
Samen komen ze in het bloed. Het lactaat wordt als brandstof gebruikt en H+ verdwijnt door uitademing.

Bij een inspanningstest wordt ADP, fosfaat en H+ gerecycled tot de productie teveel wordt voor de mitochondrieën. We zien dat bij een bepaalde belasting de CO2 afgifte begint toe te nemen boven de normale productie. Dat is de manier waarop steeds meer H+ verwijderd wordt als de test zwaarder wordt. Bij mensen met veel slecht werkende mitochondrieën gebeurt dat al snel, zij hebben al een verhoogd lactaat bij geringe inspanning en ze moeten al snel hijgen om de CO2 kwijt te raken.
Bij CVS/ME zien wij twee mogelijke reacties op inspanning: bij een groep met een acuut begin vinden we een laag lactaat en bij de groep met een geleidelijk begin zien wij vaak een hoog lactaat voor en na de inspanningstest.
Waarschijnlijk zijn er dus twee oorzaken mogelijk voor fysieke beperking en moeten we CVS/ME in twee groepen delen:
Een groep die ziek is gebleven na een infectie, burn out, kanker etc
Een groep die een toenemende mitochondriale ziekte heeft.

We weten nog niet of het herhalen van de inspanningstest ons gaat helpen, voorlopig zijn de verschillen erg klein.
In beide groepen zijn patiënten die reageren op carnitine.

Tot zover onze kennis van nu. We gaan het presenteren op het tweejaarlijks congres van de IACFS/ME in maart en we verwachten veel commentaar.

Tags: , , , ,

12 Reacties to “De betekenis van de lactaatmeting bij inspanningsonderzoek”

  1. Guido den Broeder Says:

    Een mooi resultaat. Heb je ook gekeken naar de omzetting van ADP in AMP?

  2. Moniek Says:

    Zal men als commentaar niet zeggen dat uw bevindingen niet komen door conditiegebrek? Kan dit fenomeen de ademhaling bij ME-patiënten verstoren zodat zij een soort ‘hyperventilatie’ of snelle ademhalingsimpuls met korte adempauze ervaren? Ik kijk uit naar uw voordracht. Vriendelijke groet, Moniek

    • ruudvermeulen Says:

      Men zegt wel dat gebrek aan conditie de oorzaak is. Maar zie ons recente artikel: Bij problemen met de opname van zuurstof door de spiercellen reageert het hart met een sterke toename van de bloedstroom tijdens de test, de cardiac output neemt sterk toe. Bij gebrek aan conditie gebeurt dat niet. Bij CVS/ME dus wel en dus kunnen wij met onze uitgebreide meting met cardiac output bewijzen dat het geen gebrek aan conditie is. Bij het “mitochondriale” beeld zie je iets wat lijkt op hyperventilatie, maar bij hyperventilatie is het lactaat niet hoog en bij deze patienten wel.

  3. Moniek Says:

    Interessant, maar bij de groep met een acuut begin was het lactaat toch juist laag? Aangezien er vaak geschreven wordt -in de literatuur- dat er bij ME-patiënten sprake is van een soort autonome overdrive en er vaak na een inspanning zeer lang een soort van stress reactie (hoge hartslag etc..) ervaren wordt waarbij (nor) adrenaline een rol speelt dan zou dit verschijnsel verklaard kunnen worden door uw bevinding van een lage zuurstofopname. Deze ‘overdrive’ zou dan een compenserende reactie van het lichaam zijn. Maar andersom geldt het ook autonoom probleem – overdrive ‘hyperventilatie’ – geeft Bohr effect… dus minder zuurstofopname en afgifte aan spieren. Hoe ziet u dit verhaal? Compensatie of een autonoom probleem?

    • ruudvermeulen Says:

      Er wordt veel gezegd. Bij proefdieren weten we dat de controle op o.a. het hart vermindert. Dat vinden wij zelden bij onze gecontroleerde belasting. Bij ME kun je alles vinden als de groep maar klein genoeg is. Ik denk dat de “hyperventilatie” dat helemaal niet is. Het past beter als noodzakelijke ventilatie bij een metabole acidose.

  4. mejohn4 Says:

    Ik heb nu inmiddels al 2 jaar “kwaliteit vän leven”dankzij een therapie waarbij de ATP productie aanzienlijk wordt verhoogd. Hoe ziet u dit in combinatie met dit onderzoek?
    Kan het pyruvaat ondrzoek dat in het verleden is uitgevoerd ook nog als aanvulling op dit onderzoek worden gezien?

    • ruudvermeulen Says:

      Een therapie waarbij de ATP productie aanzienlijk wordt verhoogd lijkt mij een goed idee. Is er ook iets van aangetoond? Ik ken de therapie niet, maar dat zegt natuurlijk niets. Het pyruvaat onderzoek is geen succes geworden voor zover ik weet.

      • mejohn4 Says:

        Daar zijn onderzoeken naar gedaan:
        “Wetenschappelijk onderzoek

        Optimens Therapie® zorgt voor sterk verhoogde ATP productie in het lichaam. Onderzoek naar de werking van ATP heeft in 1997 de Nobelprijs voor de scheikunde gekregen. In 1998 heeft MET/APS de gouden medaille voor de beste medische uitvinding gekregen tijdens “The International Exhibition of Inventions, New Techniques and Products” in Genève Medisch en/of wetenschappelijk onderzoek is gedaan door onder andere:

        • Professor van Papendorp
        • Professor Zeelie
        • Dr. Cillier Marais

        Bron: http://www.optimens.nl/

        Op de website onder het kopje “wetenschappelijk; wetenschappelijk onderzoek” zijn de rapporten te lezen!

      • ruudvermeulen Says:

        Papendorp heeft 2 artikelen gepubliceerd over dit onderwerp, maar alleen in medical hypotheses, geen bewijs dus.
        Van Zeelie en Cillier Marais vind ik geen publicatie over dit onderwerp.
        Geen sterk verhaal dus. Alleen publicaties zijn gecontroleerd, een stukje op een website is geen wetenschap helaas.
        We weten dus niet of het effect heeft. Ik begrijp niet dat men niet de moeite neemt om een goed onderzoek te publiceren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: